Paragrafen

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Bij het actualiseren van het risicoprofiel bekijken we elk gesignaleerd risico. We beoordelen de kans dat het risico zich voor doet en wat het financieel gevolg dan zou zijn. Deze twee inschattingen vormen de basis voor de zogenaamde risicoscore. Hoe hoger de score, hoe groter het risico.

De methodiek die we volgen staat in de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Bij het vaststellen van deze nota is afgesproken dat we risico’s met een risicoscore van 15 of hoger opnemen in de planning en control documenten. Dit zijn de zogenaamde top risico's.

In de volgende tabel staan de actuele top risico's. Hierin staat per top risico naast de risicoscore, het financieel gevolg, het rekenpercentage (van de kans op voorkomen) . De berekende risicowaarde is financieel gevolg x rekenpercentage. In de kolom (beheers)maatregelen staat wat we doen om het risico zo klein mogelijk te houden.

Risico's in duizenden €

Risiconaam

(Beheers)maatregelen

Risico
score

Financieel
gevolg

Reken
perc.

Risico
waarde

Budget Zorg in Natura Jeugdhulp

Het budget Zorg in Natura Jeugdhulp kent een regionale en lokale component.
In dit format benoemen we de onzekerheden en risico’s hieromtrent.

Lokale component
Het is ingewikkeld om de volumes vooraf in te schatten. We werken met een PxQ systeem en met transparante eenheden (etmalen, dagdelen, uren). Hierdoor krijgen we steeds meer inzicht in de volumeontwikkeling. We zien dat de instroom blijft fluctueren en hoog blijft, vooral in de GGZ. Oorzaak is de toenemende complexe problematiek. Tevens zien we dit jaar een toename in uitgaven PGB.

Risicovol begroten.
Sinds enkele jaren is besloten om de begrotingsbedragen (voor het jaar t en verder), in het kader van risicovol begroten, niet meer in de primitieve begroting in overeenstemming te brengen met de werkelijke uitgaven uit het jaar t-/-1. Er is dus vooraf geen sprake meer van een realistische raming. Wel worden de budgetten jeugdzorg jaarlijks geïndexeerd en in 2025 hebben wij in de 2e Berap het budget bijgesteld naar aanleiding van de resultaten jaarrekening 2024. Door deze werkwijze gaan realisatiecijfers en begrotingscijfers in de primitieve begroting uit de pas lopen.

Prijsbijstellingspercentages.
De jaarlijkse indexering jeugdhulp vindt contractueel plaats op basis van de OVA-percentages, terwijl we vanuit de Algemene Uitkering (AU) worden gecompenseerd met het in de AU opgenomen (lagere) algemene prijsbijstellingspercentage. Dit legt een extra druk op de noodzakelijke budgetten en daarmee op de ruimte in de gemeentebegroting. Door de huidige arbeidsmarkt zijn de contractueel af te spreken prijzen (uurtarieven) moeilijk te beheersen.

Lokale onzekerheden/risico’s mbt raming kosten jeugdhulp.
Er is sprake van een zogenaamde openeinderegeling. We weten vooraf niet wat er beschikt gaat worden. De rol en uitrusting van Toegang is hier mede van belang. Daarnaast wordt er op onderdelen regionaal afgeschaald op de solidariteitsafspraken. Dit heeft effect op lokale ZIN kosten die moeilijk vooraf in te schatten zijn.

Invloeden van buiten af.
Daarnaast zijn er ook onverwachte uitgaven of invloeden waar wij geen invloed op hebben maar die wel drukken op de lokale begroting. Enkele voorbeelden hiervan zijn:
-          Landelijke prijsaanpassingen tarieven GI’s en Landelijke transitie arrangementen (LTA)
-          Regionale besluiten die van invloed zijn op de lokale uitgaven.

Regionale component
Voor het regionale deel wordt jaarlijks het Regionaal Budgettair Kader (RBK) vastgesteld door het Regionaal Bestuurlijk Overleg (RBO). Dit RBK wordt jaarlijks opgenomen in de gemeentebegroting. Hierdoor hebben we weliswaar inzicht in de extra middelen die jaarlijks nodig zijn, maar ook hier zijn er omstandigheden/risico’s die van invloed kunnen zijn op wijzigingen in de benodigde omvang van het RBK. Zoals bijvoorbeeld de bekostiging van de projecten die voortkomen uit het regionaal uitvoeringsplan.  

Solidariteit.
De solidariteitsafspraken kunnen veranderen. We zijn als regio niet meer volledig solidair voor jeugdzorgplus, Veilig Thuis en de beschikbaarheid crisishulp. We leggen in volgens de regionale verdeelsleutel op basis van een prognose. Indien er meer besteed wordt dan vooraf is ingelegd rekenen we dit ook af op basis van de verdeelsleutel.
Het regionale deel van de Gecertificeerde Instelling en de eventuele onderuitputting van gegarandeerde zorg leggen we ook in via de verdeelsleutel. Daarbij wordt het werkelijk zorggebruik afgerekend via PxQ en niet meer over de voorgaande jaren uitgemiddeld. Dit leidt afhankelijk van de lokale situatie mogelijk tot hogere of lagere (lokale) kosten.

Verder wordt de regionale verdeelsleutel jaarlijks aangepast. Dit doet meer recht aan de werkelijke onderlinge verdeling van de totale kosten, maar kan op lokaal niveau wat meer schommelingen teweeg brengen.

Risico’s van ‘omvallen’ van zorginstellingen.
De afgelopen jaren hebben wij een aantal zorginstellingen voorgefinancierd. Het is niet uit te sluiten dat dergelijke situaties zich in de toekomst niet meer zullen voordoen. Hier hebben we zelf weinig invloed op omdat wij niet over de bedrijfsvoering van een aanbieder gaan maar dit kan wel serieuze vormen (ook in euro’s) aannemen, omdat wij daar jeugdigen in zorg hebben die we niet zomaar ergens anders geplaatst hebben en zorgcontinuïteit belangrijk is.

Afbakening jeugdhulpplicht volgens Hervormingsagenda.
Op dit moment ligt er een verkenning afbakeningsplicht jeugdzorg bij het Rijk voor. Hierover is nog geen besluit genomen. Daarom is nog steeds niet (helemaal) duidelijk welke zorg voortaan wel/niet onder de jeugdzorg valt, voor welke kosten de gemeenten lokaal verantwoordelijk blijven en welke effecten/consequenties deze invoering eventueel heeft op de Toegang. Ook is nog niet duidelijk waar deze kosten zullen landen; in het RBK of lokaal of beiden.
De hervormingsagenda gaat ook uit van noodzakelijke investeringen, die als kosten voor de baten uitgaan. Op dit moment is nog niet bekend om welke investeringen het gaat en welk bedrag hiermee eventueel voor Meierijstad gemoeid is. In de begroting 2025 e.v. is hiervoor daarom nog niets opgenomen.

Mogelijke invoering eigen bijdrage
Het Rijk heeft eerder een aankondiging gedaan van een bezuiniging op jeugdzorg kosten in de vorm van invoering eigen bijdrage. Het is nog niet duidelijk of deze geeffectueerd gaat worden.

Kosten uitvoering.
Dit risico is opgenomen in een apart format risico-inventarisatie (is namelijk geen ZIN en specifiek lokaal).

Onzekerheid rijksbekostiging.
Naast risico’s en onzekerheden ten aanzien van de lastenkant is er ten aanzien van de batenkant ook onzekerheid over de te ontvangen rijksgelden. In de meicirculaire 2025 zijn er incidenteel extra middelen toegevoegd aan de AU voor jeugdzorg. Dit biedt echter geen structurele oplossing voor het probleem.

25

1.500

90

1.350

Prijsstijgingen en gebrek aan capaciteit op de markt om investeringen / werkzaamheden uit te voeren

Als prijsstijgingen doorzetten, leidt dit tot een hogere prijsindexatie binnen de algemene uitkering. Met enige vertraging leiden hogere prijzen dus tot een hogere algemene uitkering. Verder hebben we de keuze om werken uit te stellen. Door realistisch plannen spreiden we uitgaven meer in de tijd.

25

1.000

90

900

Onzekerheid financieel resultaat bij bouwgronden in exploitatie

Continue monitoren van ontwikkelingen zowel aan de kosten- als de opbrengstenkant.

25

22.718

90

20.446

Wijziging in rekenrente doelvermogen Stadsgewest

Ontwikkelingen op dit gebied volgen.

25

3.000

90

2.700

Stroomnet op bestaande projecten in uitvoering (netcongestie)

Continu gesprek met netbeheerder. Opschakelen binnen regio en provincie om rol te pakken in prioriteringsproces voor nieuwe aansluitingen op het energiesysteem. Daarnaast versnellen van eigen grip op alternatieven buiten hoofdstroomnet (GTO, nieuwe contractvormen i.c.m. batterijen)

20

2.500

75

1.875

Overschrijding van de begroting

Scherp sturen op budgetten.

20

750

90

675

Investering wijkuitvoeringsplan transitievisie warmte

Meierijstad besloot in april 2021 dat duidelijkheid vanuit de Rijksoverheid over het juridisch en financieel kader een voorwaarde is om tot uitvoering over te gaan.

De Rijksoverheid werkt aan een financieel kader voor de warmtetransitie, binnen het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Een eerste stap is het Nationaal Isolatieprogramma, waarin middelen beschikbaar zijn gesteld voor het isoleren van woningen. Dat is nog niet voldoende om alle doelgroepen te ondersteunen bij het aardgasvrij maken van hun woning. Voor startwijk De Bunders werken we ook de financiële component helemaal uit, met ondersteuning van alle Rijksregelingen. Dit is verder uitgewerkt in de Wet collectieve warmte (Wcw), Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en landelijk wordt het NPLW overgeheveld naar het NPES (nationaal programma energiesystemen). Dit zorgt ervoor dat er vooral gewerkt is aan de structuur van de opgave op landelijk niveau en minder aandacht is geweest aan realisatie.

Onderdeel om te komen tot het lokale energiesysteem in Meierijstad is een lokaal energiebedrijf. Dat wordt de komende jaren verder uitgewerkt en biedt kansen om ook warmteoplossingen lokaal en gezamenlijk te financieren.

20

5.000

75

3.750

Extra personeelskosten als gevolg van eigen risico WW, aanvullende uitkeringen en ziekteverzuim

Vervanging van de zieke medewerkers vindt uitsluitend plaats als de dienstverlening onder hoge druk komt te staan. Er is een richtlijn opgesteld hoe om te gaan met medewerkers die disfunctioneren.

20

750

90

675

Budget Wmo specialistische hulp in natura

Sturing op het gebruik van hulp.
Bij de uitvoering van de huidige inkoop sinds 2022 vormt onze lokale toegang een sleutelrol in de daadwerkelijke kosten voor de specialistische hulp Wmo. Daarom besteden we aandacht aan de instructie van de toegang.
Het is van belang om goed zicht te hebben op de realisatie van de hulp en op tijd te kunnen bijsturen als dat nodig of wenselijk is. Het regiesysteem en (regionaal)dashboard helpen daarbij.
We onderzoeken hoe we meer uitvoering kunnen geven aan het naar voren organiseren van hulp. Hulpvragen komen daardoor eerder bij het voorliggend veld terecht in bijvoorbeeld voorliggende voorzieningen.

15

300

90

270

Risico's grote projecten

Participatie omwonenden/bedrijven, strakke regievoering, opstellen planning met tussentijdse resultaten.

15

7.584

50

3.792

Uit de pas lopen van investeringsbedragen onderwijshuisvesting

Jaarlijks worden de investeringsbedragen onderwijshuisvesting meerjarig bijgesteld aan de hand van de dan geldende nieuwbouwkostenconfigurator en bekende prijsindexeringen.

15

300

90

270

Totaal toprisico's

45.402

36.703

In vergelijking met de vorige actualisatie van de risico's bij de begroting 2025 is de risicowaarde van de toprisico's gestegen. Dit komt onder andere door een stijging van de risicowaarden grondexploitaties.
De optelsom van de risicowaarden van alle risico's is € 42,9 miljoen (zie tabel hierna).
Omdat niet alle risico's zich tegelijk voordoen gaan we voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit uit van 90% van de totale risicowaarde (€ 38,6 miljoen).

Benodigde weerstandscapaciteit in duizenden €

Risico's

Risico waarde  2025

Gekwantificeerde top risico's

36.703

Overige gekwantificeerde risico's

6.200

Totaal aan gekwantificeerde risico's

42.903

Waarschijnlijkheidsfactor 90%

38.604

Deze pagina is gebouwd op 06/09/2026 11:07:08 met de export van 06/09/2026 10:52:16