Bij het actualiseren van het risicoprofiel bekijken we elk gesignaleerd risico. We beoordelen de kans dat het risico zich voor doet en wat het financieel gevolg dan zou zijn. Deze twee inschattingen vormen de basis voor de zogenaamde risicoscore. Hoe hoger de score, hoe groter het risico.
De methodiek die we volgen staat in de nota weerstandsvermogen en risicobeheersing. Bij het vaststellen van deze nota is afgesproken dat we risico’s met een risicoscore van 15 of hoger opnemen in de planning en control documenten. Dit zijn de zogenaamde top risico's.
In de volgende tabel staan de actuele top risico's. Hierin staat per top risico naast de risicoscore, het financieel gevolg, het rekenpercentage (van de kans op voorkomen) . De berekende risicowaarde is financieel gevolg x rekenpercentage. In de kolom (beheers)maatregelen staat wat we doen om het risico zo klein mogelijk te houden.
Risico's in duizenden € | |||||||
Risiconaam | (Beheers)maatregelen | Risico | Financieel | Reken | Risico | ||
Budget Zorg in Natura Jeugdhulp | Het budget Zorg in Natura Jeugdhulp kent een regionale en lokale component. Lokale component Risicovol begroten. Prijsbijstellingspercentages. Lokale onzekerheden/risico’s mbt raming kosten jeugdhulp. Invloeden van buiten af. Regionale component Solidariteit. Verder wordt de regionale verdeelsleutel jaarlijks aangepast. Dit doet meer recht aan de werkelijke onderlinge verdeling van de totale kosten, maar kan op lokaal niveau wat meer schommelingen teweeg brengen. Risico’s van ‘omvallen’ van zorginstellingen. Afbakening jeugdhulpplicht volgens Hervormingsagenda. Mogelijke invoering eigen bijdrage Kosten uitvoering. Onzekerheid rijksbekostiging. | 25 | 1.500 | 90 | 1.350 | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
Prijsstijgingen en gebrek aan capaciteit op de markt om investeringen / werkzaamheden uit te voeren | Als prijsstijgingen doorzetten, leidt dit tot een hogere prijsindexatie binnen de algemene uitkering. Met enige vertraging leiden hogere prijzen dus tot een hogere algemene uitkering. Verder hebben we de keuze om werken uit te stellen. Door realistisch plannen spreiden we uitgaven meer in de tijd. | 25 | 1.000 | 90 | 900 | ||
Onzekerheid financieel resultaat bij bouwgronden in exploitatie | Continue monitoren van ontwikkelingen zowel aan de kosten- als de opbrengstenkant. | 25 | 22.718 | 90 | 20.446 | ||
Wijziging in rekenrente doelvermogen Stadsgewest | Ontwikkelingen op dit gebied volgen. | 25 | 3.000 | 90 | 2.700 | ||
Stroomnet op bestaande projecten in uitvoering (netcongestie) | Continu gesprek met netbeheerder. Opschakelen binnen regio en provincie om rol te pakken in prioriteringsproces voor nieuwe aansluitingen op het energiesysteem. Daarnaast versnellen van eigen grip op alternatieven buiten hoofdstroomnet (GTO, nieuwe contractvormen i.c.m. batterijen) | 20 | 2.500 | 75 | 1.875 | ||
Overschrijding van de begroting | Scherp sturen op budgetten. | 20 | 750 | 90 | 675 | ||
Investering wijkuitvoeringsplan transitievisie warmte | Meierijstad besloot in april 2021 dat duidelijkheid vanuit de Rijksoverheid over het juridisch en financieel kader een voorwaarde is om tot uitvoering over te gaan. De Rijksoverheid werkt aan een financieel kader voor de warmtetransitie, binnen het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). Een eerste stap is het Nationaal Isolatieprogramma, waarin middelen beschikbaar zijn gesteld voor het isoleren van woningen. Dat is nog niet voldoende om alle doelgroepen te ondersteunen bij het aardgasvrij maken van hun woning. Voor startwijk De Bunders werken we ook de financiële component helemaal uit, met ondersteuning van alle Rijksregelingen. Dit is verder uitgewerkt in de Wet collectieve warmte (Wcw), Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) en landelijk wordt het NPLW overgeheveld naar het NPES (nationaal programma energiesystemen). Dit zorgt ervoor dat er vooral gewerkt is aan de structuur van de opgave op landelijk niveau en minder aandacht is geweest aan realisatie. Onderdeel om te komen tot het lokale energiesysteem in Meierijstad is een lokaal energiebedrijf. Dat wordt de komende jaren verder uitgewerkt en biedt kansen om ook warmteoplossingen lokaal en gezamenlijk te financieren. | 20 | 5.000 | 75 | 3.750 | ||
Extra personeelskosten als gevolg van eigen risico WW, aanvullende uitkeringen en ziekteverzuim | Vervanging van de zieke medewerkers vindt uitsluitend plaats als de dienstverlening onder hoge druk komt te staan. Er is een richtlijn opgesteld hoe om te gaan met medewerkers die disfunctioneren. | 20 | 750 | 90 | 675 | ||
Budget Wmo specialistische hulp in natura | Sturing op het gebruik van hulp. | 15 | 300 | 90 | 270 | ||
Risico's grote projecten | Participatie omwonenden/bedrijven, strakke regievoering, opstellen planning met tussentijdse resultaten. | 15 | 7.584 | 50 | 3.792 | ||
Uit de pas lopen van investeringsbedragen onderwijshuisvesting | Jaarlijks worden de investeringsbedragen onderwijshuisvesting meerjarig bijgesteld aan de hand van de dan geldende nieuwbouwkostenconfigurator en bekende prijsindexeringen. | 15 | 300 | 90 | 270 | ||
Totaal toprisico's | 45.402 | 36.703 | |||||
In vergelijking met de vorige actualisatie van de risico's bij de begroting 2025 is de risicowaarde van de toprisico's gestegen. Dit komt onder andere door een stijging van de risicowaarden grondexploitaties.
De optelsom van de risicowaarden van alle risico's is € 42,9 miljoen (zie tabel hierna).
Omdat niet alle risico's zich tegelijk voordoen gaan we voor de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit uit van 90% van de totale risicowaarde (€ 38,6 miljoen).
Benodigde weerstandscapaciteit in duizenden €
Risico's | Risico waarde 2025 |
|---|---|
Gekwantificeerde top risico's | 36.703 |
Overige gekwantificeerde risico's | 6.200 |
Totaal aan gekwantificeerde risico's | 42.903 |
Waarschijnlijkheidsfactor 90% | 38.604 |
