Paragrafen

Grondbeleid

De risico’s van de BIE's zijn opgenomen in de risico-inventarisatie bij het bepalen van de benodigde weerstandscapaciteit. De risico’s van de bouwgronden worden afgedekt binnen het geheel van risicobeheersing. Dat wil zeggen dat de beschikbare weerstandscapaciteit van voldoende omvang moet zijn om de risico’s van de bouwgronden af te dekken. Meer informatie hierover vindt u in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.
Voor elk grondcomplex zijn de risico’s in kaart gebracht. De risico’s zijn onderverdeeld in voorziene risico’s en onvoorziene of algemene risico’s. De voorziene risico’s zijn plan specifiek en per project te benoemen. Met deze risico’s wordt rekening gehouden voor het bepalen van de tussentijdse winstneming. Hierbij kan gedacht worden aan financiële risico’s bij de uitvoering van civiele werkzaamheden, planontwikkeling en contractvoorwaarden. De financiële gevolgen van deze risico’s zijn becijferd. Daarnaast is een kans van optreden geschat. De kans van optreden wordt vervolgens vermenigvuldigd met de omvang van het risico, waardoor een gewogen risicobedrag ontstaat.
Naast de plan specifieke voorzienbare risico’s zijn er onvoorziene of algemene risico’s. Dit zijn conjuncturele risico’s met als mogelijk gevolg dat de gronduitgifte stagneert, de grondopbrengsten lager uit vallen, hogere kosten voor bouwrijp maken van de gronden of een hoger rentepercentage. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor alle grondexploitaties. Gezien de omvang en looptijd van de grondexploitaties van de gemeente Meierijstad heeft een dalende of stijgende grondprijs een grote impact op het resultaat.
Om de omvang van de conjuncturele risico’s te berekenen wordt per grondexploitatie vanaf het jaar 2026 de nog te realiseren opbrengst met 10% verlaagd en de nog te realiseren kosten met 10% verhoogd. Omdat het niet waarschijnlijk is dat beide risico’s zich gelijktijdig voor zullen doen wordt het verkregen risicobedrag met 50% verlaagd.

Naast deze risico’s kent een aantal grondexploitaties een positief resultaat. Omdat geen rekening mag worden gehouden met deze positieve resultaten, vormen deze per grondexploitatie een eerste buffer om risico's op te vangen. Indien deze buffer niet meer toereikend is dan zou in dat geval voor het ontstane verlies een voorziening moeten worden gevormd. Van alle grondexploitaties bij elkaar is het risicobedrag op basis van bovenstaande uitgangspunten circa € 23,0 miljoen. De verschillen per grondexploitatie zijn groot zoals uit de volgende tabel is af te lezen.

Risico's per complex (bedragen x € 1.000)

Benodigde reserve

G10005 - Veghel - Veghels Buiten

13.256

G10007 - Veghel - Stadshobbywerkplaats

225

G10008 - Zijtaart - Zuid

115

G10009 - Erp - Bolst

807

G10011 - Sint Oedenrode - Zwembadweg

408

G10014 - Sint Oedenrode - De Dreven

7.940

G10015 - Boskant - sportveld

94

G10016 - Olland - de Locht

115

G10003 - Erp - Molenakker II

46

Totaal

23.006

De benodigde reserve stijgt van € 13,9 miljoen naar €23,0 miljoen.Dit heeft met name te maken met het openen van de grondexploitatie Sint-Oedernode- de dreven, waar een reserve van €7,9 mln benodigd is. Daarnaast is de benodigde reserve voor Veghels Buiten gestegen. Dit heeft met name te maken met het risico van de netcongestie. Vier andere complexen bedrijventerrein Erp-Molenakker, Sint-Oedenrode - de Dreven, Boskant - sportveld en Olland - de Locht  hebben ook nog onbestemde gronden in de planopzet. Alhoewel de financiële impact minder groot is geldt ook voor deze gronden dat een afwaardering plaats moet vinden naar de huidige waarde als de gronden niet bestemd kunnen worden.
Dekking van de risico's vanuit grondexploitaties komt uit de algemene risico-reserve.

De resultaten van verwachte verliesgevende grondexploitaties zijn door de actualisatie van de kosten en opbrengsten aan wijzigingen onderhevig. Vandaar dat na actualisatie de omvang van de verplichte verliesvoorziening voor verliesgevende complexen opnieuw wordt bepaald. Vanuit het BBV is voorgeschreven dat de discontovoet moet worden gesteld op 2% indien de verliesvoorziening op netto contante waarde (NCW) wordt bepaald. De verliesvoorziening in Meierijstad wordt op basis van de methodiek van de eindwaardeberekening bepaald. De reden van deze keuze is dat hierdoor het effect van het verschil tussen deze verplichte discontovoet en de gemeentelijke rekenrente wordt opgeheven. Per saldo is de voorziening dus direct afdoende om het totale verwachte negatieve resultaat op te vangen. De BBV refereert aan deze rekenmethodiek met de term nominale waarde.
De totale omvang van de verliesvoorziening is per 1 januari 2026 € 22,7 miljoen en bevat zeven grondexploitaties

Verliesvoorziening per complex (bedragen x € 1.000)

Bedrag
31-12-2024

Bedrag
31-12-2025

Aanvullend ten laste (-)/ ten gunste (+) van 2025

G10005 - Veghel - Veghels Buiten

-10.808

-16.012

-5.204

G10008 - Zijtaart - Zuid

-898

-918

-20

G10009 - Erp - Bolst

-1.675

-2.191

-516

G10011 - Sint Oedenrode - Zwembadweg

-151

0

151

G10007 - Veghel - Stadshobbywerkplaats

-189

-906

-717

G10014 - Sint-Oedenrode - De Dreven

-2.546

-2.546

G10016 - Olland - de Locht

-198

-198

Totaal

-13.721

-22.771

-9.050

Deze pagina is gebouwd op 06/09/2026 11:07:08 met de export van 06/09/2026 10:52:16